De zorg voor de Konikpaarden en de Gallowayrunderen in de natuurgebieden van het project Grensmaas vereist jaarlijks extra inzet. Zo worden de grote grazers periodiek in een kraal gevangen voor een gezondheidscheck, het aanbrengen van een oormerk of een chip en het afnemen van DNA.
Soms worden er ook dieren uit de kudde verwijderd. Dat is nodig om het aantal grazers in balans te houden met het oog op het te begrazen gebied, maar ook voor het waarborgen van de vitaliteit van de kudde. Door de uitwisseling van dieren wordt inteelt voorkomen en blijft de bloedlijn gezond. En dat zijn belangrijke voorwaarden voor een sterke en sociale kudde, zo benadrukt Kay Jans van Natuurmonumenten. Inmiddels lopen er bijna 500 Konikpaarden en Gallowayrunderen rond in het RivierPark Maasvallei. Niet alleen Natuurmonumenten maar ook Staatsbosbeheer doet dat kuddebeheer. Staatsbosbeheer is verantwoordelijk voor de dieren in zuidelijke Grensmaaslocaties, zoals Itteren, Borgharen en Geulle aan de Maas. De paarden en runderen zorgen voor de begrazing in het gebied.
