Home / Nieuws / Risico op dodelijke slachtoffers zonder ingrepen langs de Maas

Risico op dodelijke slachtoffers zonder ingrepen langs de Maas

Als dit jaar hetzelfde gebied langs de Maas zou overstromen als in 1926 zouden, zonder ingrepen als het project Grensmaas, zeker honderd bewoners in het stroomgebied van de rivier om het leven komen en een schade van 10,6 miljard euro ontstaan. Bovendien zouden 145.000 mensen geconfronteerd worden met waterschade.

Dat is een van de uitkomsten van naspeuringen van Roy Frings van het Team Expertise Maas van het Waterdistrict Maas van Rijkswaterstaat, die de grote Maasoverstroming van 1926 nog eens onder de loep heeft genomen.

Frings wijst er desgevraagd nadrukkelijk op dat de situatie nu niet meer te vergelijken is met honderd jaar geleden. “De hoogwaterveiligheid is enorm toegenomen. Onder meer door het project Grensmaas. Met de extra ruimte voor de rivier en de aangelegde dijken is een overstroming als in 1926 nu makkelijk te weerstaan. Dat is ook bewezen tijdens het extreem hoogwater in de zomer van 2021. De kans dat hetzelfde gebied onderloopt als honderd jaar geleden is dus enorm afgenomen. Maar als het gebeurt, lopen we met name door de fors toegenomen bevolkingsdichtheid het risico op zo’n honderd dodelijke slachtoffers.”

In zijn presentatie 1926 De vergeten watersnood typeert Frings die overstroming van de Maas als een ware ramp.

Maasbrug Maastricht 1926
De Maasbrug in Maastricht in 1926

De hoogste waterstand in Borgharen bereikte begin januari 1926 een peil van 4610 centimeter plus NAP. Ter vergelijking: in 1993 was dat 4590 centimeter en in 2021 was die top 4523 centimeter. Dagenlange, hevige regenval, sneeuw en vorst, dooi, aanhoudende depressies en een zware storm vormden de voorbodes van de ramp.

De dijken langs de Maas waren te zwak en niet opgewassen tegen die vloed. Tussen Maastricht en Maasgouw waren er 35 dijkdoorbraken. Dat was onder meer het geval in Borgharen, Elsloo, Meers, Maasband, Grevenbicht, Illikhoven en Roosteren. Grote delen van Zuid- en Midden-Limburg kwamen onder water te staan, waaronder wijken in Maastricht. Maar in het land van Maas en Waal was er echt sprake van noodsituaties door een dijkdoorbraak bij Nederasselt.

De lokale hulpverlening werd aangevoerd door pastoors, burgemeesters, artsen en onderwijzers. Stroomafwaarts moesten mensen soms wekenlang bivakkeren op zolder. De afhandeling van de schade was een kleine ramp op zich: rijke woningeigenaren kregen de meeste compensatie.

De overstroming van 1926 kostte in Limburg minstens een mensenleven. De krant meldde in die rampdagen: “Te Ool, gemeente Herten, is de Maasdijk doorgebroken. De zoon van den veerman Roemen, viel bij den reddingsdienst overboord en verdronk.”

Mensen in het Land van Maas en Waal gevlucht op het dak van hun woning in 1926
Mensen in het Land van Maas en Waal gevlucht op het dak van hun woning in 1926
Top